Opdrachten
Van tevoren:
* Een reis wordt leuker, als je je van tevoren al enigszins hebt voorbereid. Bovendien zullen we jullie aan het begin van de week vragen, van welk programma-onderdeel je met een vriend(in) een verslag gaat maken voor de website en voor de presentatie-avond. Advies daarom: ga eens wat googelen, zoek de websites op, lees je een beetje in en maak een keuze. Dan wordt je verhaal ook beter en kun je er ookmeer en leuker over vertellen en schrijven.
* Je hebt in groepjes van 4 of 5 een film gekozen, waarvoor jullie een aanvulling gaan maken, een nieuwe scene gaan bedenken, een verbetering gaan aanbrengen en wat al niet meer. Misschien is het ook bij "jouw" film leuk eens op de site te kijken, wat er zoal over geschreven is. Het brengt je misschien ook nog op originele ideeën! Mocht je de film nog eens extra thuis willen bekijken: neem contact op met mw. de Boer.
Hieronder staan (na het interview) alle vragen en opdrachten m.b.t. de films, die je deels al bij CKV hebt gehoord/gekregen; kijk er nog eens naar. Op 17 november presenteren jullie je opname op een avond, waarvoor je ouders/verzorgers nog worden uitgenodigd!!
INTERVIEW IN HET GASTGEZIN
Tijdens je verblijf in Berlijn neem je, samen met degene(n), met wie je bij dit gezin woont, een interview af. In het programma is daarvoor tijd gereserveerd. De onder A. genoemde vragen zijn verplicht, uit de vragen onder B. kies je minstens drie. Je bent natuurlijk altijd vrij om vragen toe te voegen, door te vragen. Maak eerst aantekeningen en schrijf daarna een verslag van het interview. Dat verslag kan in het Maartensmagazine geplaatst worden!
A. 1. Uit welke personen bestaat het gezin, waar je logeert (namen/leeftijden)?
2. In welke beroepen/schooltypen zijn de verschillende gezinsleden werkzaam? Maak hierbij ( en ook bij de volgende vragen) duidelijk verschil tussen ouders en kinderen.
3. Hoe ziet een Duitse school-/werkdag er uit? (tijden, pauzes, maaltijden, huiswerk)
4.Wat vindt jullie gezin van de buurt, waarin ze wonen? (rustig, veilig, veel voorzieningen, zoals zwembad, bioscoop, openbaar vervoer etc.)
5.Wat vindt jullie gezin van de stad Berlijn? (mooi, druk, interessant, veilig)
6.Wat weet jullie gezin van Nederland? (niet alleen trefwoorden noteren, ook vragen naar argumenten).
7.Wat weet jullie gezin van de Nederlandse houding t.o.v. Duitsers?
B. Wat zijn de hobby’s van de gezinsleden? Hoe brengt de familie een weekend door? (opstaan, cultuur, familie, vrienden) Wat vindt de familie van de Val van de Muur, de Wende? Is het beter/slechter geworden voor hen en waardoor komt dat dan? Wat is momenteel een veel verkocht(e) boek/CD? C. Mocht je een goed contact met je gastgezin hebben, dan kun je misschien het gesprek voorzichtig op b.v. het bezoek aan Hohenschönhausen brengen. Weet je familie daar iets van? Kunnen/willen ze iets vertellen over de Stasi? Misschien hebben ze de film “Das Leben der Anderen” ook wel gezien!
N.B. Spreek de volwassenen, maar ook de jongeren van boven de 16 met “Sie” aan; het typisch Nederlandse jij/jou is in het buitenland en zeker in Duitsland erg ongebruikelijk!
Maak er een leuk gesprek van; je gastgezin vindt het meestal leuk, als hun gasten belangstelling tonen. De interessantste verslagen komen in het Maartens Magazine.
FILMTRIPS
Stap 1 Voorbereiding op school (50 min)
Stap 2 Film bekijken met je groepje.
Stap 3 Opdrachten in Berlijn (Dagdeel)
Stap 4 Dossier maken in Nederland en presentatie op school.
Gedurende Stap 2 Let op de volgende punten: 1. Let goed op de locaties waar de film is opgenomen. Noteer minimaal drie verschillende locaties.
2. Waaraan kun je zien in welke tijd de film zich afspeelt? Noteer minimaal vier elementen/argumenten voor jouw tijdsaanduiding.
3. Wat zou de regisseur allemaal veranderd kunnen hebben in het straatbeeld?
4. Let op beroemde Berlijnse gebouwen die in de film te zien zijn. Noteer er in ieder geval drie.
Stap 3 Opdrachten in Berlijn
Stap 3 wordt in Berlijn uitgevoerd. Voordat jullie aan het werk gaan in de stad Berlijn, komen onderstaande punten aan de orde. 1. Controleer of iedereen zijn/haar FilmTrip-plattegrond en pen en papier bij zich heeft. 2. Ieder groepje is in het bezit van de opdrachten en evt. een plattegrond van Berlijn. 3. In ieder groepje bevindt zich een leerling met een digitale fotocamera of een telefoon met fotofunctie. 5. In een enkel groepje bevindt zich ook een leerling met een digitale videocamera of een telefoon met filmfunctie. 6. Ieder groepje wordt met de bus naar de gekozen filmlocatie gebracht en maakt de opdrachten. (zie opdrachten) 8. De docenten zijn per mobiele telefoon beschikbaar en/of jullie spreken een plaats af waar je de docenten kunt vinden. (B.v. in Café Einstein op Unter den Linden of onderaan de Fernsehturm.) 9. Ieder groepje verwerkt de gegevens en bewaart ze zodanig, dat ze op school weer te gebruiken zijn. Eventueel bekijken de groepjes hun antwoorden en digitale producten.
Stap 4 Dossier maken op school.
Terug op school maken jullie een dossier: dat kan zowel digitaal als op papier. Hierbij zijn de volgende suggesties wellicht nuttig: 1. Maak een beeldend verslag in de vorm van een foto-expositie. 2. Maak een videomontage inclusief voice-over en filmfragmenten. 3. Maak gebruik van de teksten, foto’s en/of filmopnames die je zelf gemaakt hebt.
De verschillende groepjes presenteren hun resultaten aan de klas en aan de ouders. Let bij het verzamelen en verwerken van je gegevens en de voorbereiding van je presentatie op de volgende punten: a. Algemene vaardigheden: * Is er voldoende informatie verzameld? * Hoe kunnen we de informatie verwerken? * Is de informatie juist? * Is het een kwalitatief goed product geworden? * Hoe willen we het dossier vormgeven?
b. Filmische vaardigheden * Welke filmische termen zijn er gebruikt? * Welke verbanden kunnen we leggen met andere kunst- en cultuuruitingen, geschiedenis en literatuur? * Welke bronnen en materialen zijn er gebruikt voor de reflectie? * Welke digitale technieken kunnen we gebruiken?
c. Groepswerk * Zijn de taken evenwichtig verdeeld? * Is er goed samengewerkt? * Is iedereen tevreden?
Film en locatie Een film speelt zich altijd op verschillende plekken af. Er zijn binnen locaties en buiten locaties. Interieurs zijn vaak huiskamers, slaapkamers, een klaslokaal of bijvoorbeeld een ziekenhuiskamer.
Exterieurs zijn op straat, in een bos of bijvoorbeeld op het strand. Een plek is heel belangrijk in een film. De regisseur laat zijn locaties dan ook speciaal door een locatiescout selecteren en kiest daarna zelf de meest geschikte filmlocaties uit.
Wat doet een locatiescout? Deze zoekt locaties voor film- of televisieopnamen. Hij of zij zoekt op aanwijzing van de regisseur geschikte locaties (bijvoorbeeld gebouwen, bruggen of landschappen) voor scènes bij een film- of televisieopnamen, beoordeelt de uitstraling van de locatie, de ruimte, of de omgeving, de te maken kosten en de lichtinval van de locaties, houdt locatiebestanden bij in een locatie archief, fotografeert of tekent locaties, legt contacten met beheerders of bewoners van locaties, informeert de buurt over de opnamen en regelt vergunningen en parkeergelegenheden. Dat is dus nogal wat.
Kortom: een locatiescout zorgt ervoor dat een regisseur snel aan de slag kan gaan. Kijk ook eens op www.locatiebank.nl
Locaties hebben een betekenis. Met de keuze voor een bepaalde plek wil de regisseur vaak meer zeggen dan je op het eerste gezicht zou denken. De locatie die hij kiest heeft meerdere betekenissen.
Betekenis 1: Iedere locatie heeft een visuele betekenis. Het gaat om een speciale architectuur of een bijzondere ligging, die de regisseur gewoon filmisch mooi of interessant kan vinden.
Betekenis 2: De beelden van een gebouw of ene landschap maken meteen duidelijk war we zijn. Zie je de Eiffeltoren, dan weet je dat het om Parijs gaat.
Betekenis 3: Een locatie moet passen bij het genre van de film. In een horrorfilm komt vaak een vreemd, spookachtig huis voor. In romantische films zie je meestal vele landhuizen, kasteeltjes en kerken.
Betekenis 4: Vele gebouwen zeggen iets over de (politieke) geschiedenis van het land of de stad waar het verhaal gesitueerd is. De historische betekenis van zo’n locatie kan de gebeurtenissen in een bredere context plaatsen.
Betekenis 5: Een locatie heeft te maken met het karakter van het (hoofd-) personage. Waar woont hij/zij, in wat voor milieu is men opgegroeid , wat voor hobby’s heeft men, etc.
Alle straten zijn verschillend. Speelt de film in de vijftiger jaren, dan moet je geen moderne flats in beeld krijgen. Is de film een griezelige thriller, dan wordt de film nog enger wanneer de personages dwalen langs verlaten fabriekshallen en in smalle, donkere stegen.
Speelt een film zich af in Berlijn, dan wil je niet de Euromast zien. En zodra je de Brandenburger Tor, het Reichstaggebouw of de Fernsehturm ziet, denk je als kijker “Ja, dat is Berlijn!”en je vergeet dat je naar acteurs in een speelfilm zit te kijken.
Goede locaties maken een film geloofwaardiger en je kunt nog beter van het verhaal genieten!
Extra links www.duits.de/lexikon/abc/film.php : een heel uigebreide website in het Nederlands over de Duits filmgeschiedenis. www.film.duits.de : een website in het Duits over Duitse films. www.duitslandweb.nl : veel actuele filminformatie in het Nederlands afgestemd op scholieren. www.filmwereld.net www.a-film.nl www.cinemien.nl www.bol.com
Opdrachten
Opdracht 1: Bezoek een filmlocatie. a. Schrijf op wat je eerste indruk is van de plek en het gebouw. b. Loop en kijk goed rond, ga misschien naar binnen en onderzoek de plek. c. Wat gebeurt er in de film op deze plek en bedenk een reden waarom de regisseur voor deze plek gekozen heeft. d. Schrijf drie dingen op die in werkelijkheid anders zijn (of er anders uitzien) dan in de film (denk aan de art direction, de mensen en voorwerpen op straat, het verkeer). e. Maak 5 foto’s of video-opnames van de plek, vanuit verschillende standpunten. f. Interview drie voorbijgangers (in het Duits!) en vraag hen naar de (historische) betekenis van de locatie.
Opdracht 2: Maak zelf een filmscène. Jullie bezoeken een plaats waar een film is opgenomen. Daar is een scène gefilmd. Er heeft een handeling plaats gevonden en personages hebben elkaar ontmoet en gesproken. Schrijf nu zelf een dialoog voor twee personen op een zelf gekozen locatie in Berlijn. Twee personages komen elkaar tegen. De een woonde in het voormalige Oost Berlijn en de ander in West Berlijn. Ze herkennen elkaar. Wat hebben ze elkaar te vertellen en te vragen? De dialoog wordt in het Duits uitgeschreven. Je kunt ook een foto maken van de locatie en de twee personages.
Opdracht 3: Bekijk de film eventueel nog eens in zijn geheel en beschrijf in een stuk van 100 woorden welk (historisch) beeld de film van Berlijn schetst.
|